Gele bieslelie

Gele Bieslelie (Sisyrinchium californicum) is een wintergroene tot halfwintergroene vaste plant met zwaardvormige, grasachtige, grijsgroene bladeren en een polvormende groei.

Hoe herken ik Gele bieslelie?

Gele Bieslelie (Sisyrinchium californicum) is een wintergroene tot halfwintergroene vaste plant met zwaardvormige, grasachtige, grijsgroene bladeren en een polvormende groei. De bieslelie bloeit van april tot juli met geurende, stervormige, gele bloemen met een diameter van ca. 2,5 cm aan stevige opgaande stengels. De plant houdt van een standplaats in volle zon of lichte schaduw en groeit op vochtige, schrale zandgronden, vaak in combinatie met orchideeën en andere zeldzame soorten. In de herfst verkleuren de randen van de bladeren paars. Gele Bieslelie is matig tot redelijk winterhard.

Herkomst - Waar komt Gele bieslelie vandaan?

Gele Bieslelie komt oorspronkelijk uit Noord Amerika en is in Nederland geïntroduceerd als tuinplant. Waarschijnlijk als gevolg van dumpen van tuinafval is de plant ook in de natuur terecht gekomen. De eerste exemplaren werden in 2007 gevonden in Brabant en Zeeland. Momenteel komt de plant op een kleine vijftig plaatsen voor in Nederland, verspreid over bijna alle provincies.

verspreidingskaart_GeleBieslelie.jpg

Risico's - Wat zijn de problemen?

Invasieve exoten vormen een bedreiging voor de inheemse natuur. Op dit moment komt de Gele bieslelie nog maar op een beperkt aantal locaties voor, maar de verwachting is dat deze soort zich snel uitbreidt. Er is landelijk echter nog niet zoveel bekend over de invasiviteit van deze soort. Bekend is wel dat hij zich vooral via zijn wortelstelsel weet voort te planten en op die manier grote gebieden kan koloniseren.

Met name in Zeeland is een explosieve toename van het aantal planten waargenomen (Staatsbosbeheer). In het natuurgebied het Groot Vroon bij Dishoek aan de Zeeuwse kust is in 2017 een exemplaar gezien, in 2018 ging het om twee pollen en in 2020 om meer dan 45 kleine en grotere pollen. De planten staan deels in het water, meestal op de oever, maar ook op de hogere, droge delen van het natuurgebied. In de Grevelingen is een locatie met meer dan tweeduizend exemplaren gevonden.

Verspreiding - Hoe voorkom je verdere verspreiding?

Nu de soort nog maar op een beperkt aantal locaties voorkomt is snel ingrijpen belangrijk. Verdere verspreiding kan worden voorkomen door de reeds in de natuur aanwezige planten te verwijderen en nieuwe introducties vanuit tuinen en vijvers zoveel mogelijk te voorkomen.

Gele bieslelie is te koop via tuincentra en online. Particulieren worden opgeroepen om geen overtollige planten in de natuur te dumpen. Plantresten kunnen gemakkelijk weer uitgroeien tot nieuwe pollen met alle negatieve gevolgen voor de natuur. Heeft u teveel (water)planten in uw tuin of vijver? Gooi ze dan in uw groencontainer.

Het Platform Stop Invasieve Exoten heeft minister Schouten van LNV opgeroepen om een handelsverbod voor de soort in te stellen om nieuwe introducties en verspreiding in het milieu te voorkomen.

Beheersing en bestrijding - Welke methoden zijn er?

Er is nog weinig tot geen ervaring met het verwijderen van deze plantensoort uit natuurgebieden. In Zeeland aan de Grevelingendam is Staatsbosbeheer in maart 2021 begonnen met verschillende pilots voor het verwijderen van de bieslelie. Op de locatie van ca. 2 ha worden drie verschillende technieken ingezet, namelijk electriciteit (aanstippen met verschillende voltages), maai-zuig combinatie en plaggen (de bieslelie wordt eruit gehaald waarna de plaggen weer worden teruggelegd).

Zodra er resultaten bekend zijn zullen die hier worden gepubliceerd.

Voorbeeldprojecten

Onderstaande voorbeeldprojecten geven de ervaringen weer zoals opgesteld door de betrokken partijen. Wilt u ook een voorbeeldproject aanleveren, download dan hier het invulformulier.

Wet & Regelgeving - Welke regels zijn van toepassing?

De Gele Bieslelie staat niet op de Unielijst van invasieve exoten. Dat betekent dat er geen wettelijke plicht is deze soort te bestrijden. Dat neemt niet weg dat terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer al wel bezig zijn met het nemen van maatregelen om schade aan de natuur zoveel mogelijk te beperken.

Waar vind ik meer informatie?