
De rol van waterinsecten in invasieve rivierkreeftenbeheer
Invasieve rivierkreeften vormen een toenemende bedreiging voor biodiversiteit, ecosystemen en waterkwaliteit. Omdat het vrijwel onmogelijk is om deze exoten volledig weg te vangen, zoeken waterbeheerders naar aanvullende manieren om hun impact te beperken. Nieuw onderzoek laat zien dat inheemse macrofauna, met name libellenlarven, daarbij mogelijk een rol kunnen spelen.
In een experiment onderzochten onderzoekers welke waterinsecten in staat zijn om jonge rode Amerikaanse rivierkreeften te vangen en op te eten. Daarbij werden verschillende soorten waterwantsen, waterkevers en libellenlarven samen met juveniele rivierkreeften geobserveerd.
Alle onderzochte soorten vertoonden predatiegedrag, maar de effectiviteit verschilde sterk. Vooral de larven van de keizerlibel sprongen eruit: bijna de helft van de aangeboden kreeftjes werd succesvol gevangen en opgegeten. Ook andere soorten, zoals de platte waterwants en de glassnijderlarve, bleken jonge rivierkreeften te kunnen consumeren, zij het minder vaak.
Hoewel de bijdrage van individuele predatoren beperkt lijkt ten opzichte van de hoge voortplantingssnelheid van rivierkreeften, zien onderzoekers kansen in gebieden waar waterplanten zich goed ontwikkelen. In de Molenpolder, waar intensieve kreeftenbestrijding heeft plaatsgevonden, zijn de aantallen libellenlarven de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. Hierdoor kan ook de predatiedruk op jonge rivierkreeften groeien.
De onderzoekers concluderen dat natuurlijke predatoren alleen waarschijnlijk niet voldoende zijn om invasieve rivierkreeften onder controle te houden. Wel kunnen zij een waardevolle aanvulling vormen op bestaande beheermaatregelen. Vooral het stimuleren van waterplanten en een gezonde onderwaternatuur lijkt daarbij belangrijk, omdat een rijk ecosysteem de natuurlijke weerstand tegen rivierkreeften kan vergroten.
