Waterteunisbloem

Waterteunisbloem is een overblijvende oeverplant afkomstig uit Zuid-Amerika. De plant is ingevoerd als vijverplant. Waterteunisbloem groeit vooral vanuit de oever over het wateroppervlak in voedselrijk stilstaand tot langzaam stromend water. De plant maakt lange drijvende stengels waardoor watergangen volledig bedekt worden met dichte, drijvende matten.

Hoe herken ik Waterteunisbloem? 

Waterteunisbloem (Ludwigia Grandiflora) is een oeverplant met verspreid staande eironde tot elliptische bladeren. De gele bloemen zijn erg opvallend. Aan de stengels die 3 meter lang kunnen worden, groeien opgaande zijtakken. Deze zijtakken komen tot ongeveer 40 cm boven het wateroppervlakte uit. De bloeitijd is van juni tot en met september. In het gebied van herkomst vormt waterteunisbloem langwerpige smalle zaaddozen die zich gemakkelijk via het water verspreiden. In Nederland is zaadvorming niet waargenomen. De plant sterft in de winter af, de wortels blijven over en groeien in het voorjaar weer uit.  

Klik op de foto's om deze te vergroten.

Herkomst – waar komt Waterteunisbloem vandaan? 

De Waterteunisbloem komt van oorsprong uit Zuid-Amerika en is al meer dan een eeuw geleden geïntroduceerd als vijverplant in Frankrijk. Vanuit Frankrijk heeft de plant zich steeds verder noordwaarts verplaatst. De eerste signalering in Nederland dateert uit 2000. Daarna is de plant verder verspreid over heel Nederland. Sinds 2011 is de plant niet meer in de verkoop.   

Verspreiding – waar komt Waterteunisbloem voor? 

Waterteunisbloem komt voor in voedselrijk stilstaand tot zwakstromend water. De soort komt nu algemeen voor in het hele land. De plant verspreid zich door fragmentatie.  

Verspreidingskaart Waterteunisbloem

Risico’s - Wat zijn de problemen? 

Waterteunisbloem kan in korte tijd dichte matten op het wateroppervlak vormen. De plant vermeerderd zich door afgebroken plantendelen die weer wortelen en uitgroeien. De stengels breken niet door de stroming, maar door recreatie (boten die er door varen, vislijnen die er in blijven steken etc.) en door onderhoudswerkzaamheden.  

Waterteunisbloem scheidt stoffen af naar de omgeving (allelopathie) die een negatief effect hebben op de kieming, groei en ontwikkeling van andere plantensoorten. 

De dichte begroeiing op het wateroppervlak geeft overlast door: 

  • Licht en zuurstof kunnen niet meer doordringen in het water, waardoor ondergedoken waterplanten en fauna afsterven.
  • Verdringen van inheemse plantensoorten in de oeverzone.
  • Eutrofiëring van het water (vrijkomen fosfaat vanuit de bodem door zuurstofloosheid als gevolg van afsterven grote massa grote waternavel).
  • Verlanding van de oeverzone door een combinatie van hoge biomassaontwikkeling en zuurstofloosheid (vertraagde vertering plantmateriaal).
  • Remmende werking op de aan- en afvoer van water waardoor de kans op wateroverlast toeneemt.
  • Belemmering voor de scheepvaart, vis- en zwemrecreatie.
  • Financiële consequenties: invasieve exotische oever- en waterplanten zijn over het algemeen moeilijk, en alleen tegen hoge kosten te bestrijden.

Daarnaast kunnen er onveilige situaties ontstaan doordat onduidelijk is waar het land/talud overgaat in het water. 

Preventie - Hoe voorkom je verdere verspreiding?

Preventie is de meest kosteneffectieve aanpak van invasieve exoten. Dat wil zeggen dat zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat er nieuwe haarden van Waterteunisbloem ontstaan. Zo zorgen de waterschappen er voor dat ze bij eigen werkzaamheden geen Waterteunisbloem verspreiden. 

Particulieren worden opgeroepen om geen overtollige waterplanten in oppervlaktewater te dumpen. Kleine fragmenten (tot enkele centimeters grootte) van Waterteunisbloem kunnen gemakkelijk weer uitgroeien tot nieuwe haarden en het wateroppervlak volledig bedekken met alle negatieve gevolgen voor de natuur, maar ook voor de waterkwaliteit en veiligheid. Heeft u te veel waterplanten in uw vijver of aquarium? Gooi ze dan in uw groencontainer. 

Untitled-1.jpg

Beheersing en bestrijding – Welke methoden zijn er?  

Bij de aanpak van invasieve exoten in het water zijn een aantal algemene aspecten van belang onafhankelijk van de gekozen methode.

  • Begin altijd bovenstrooms om te voorkomen dat schone stukken weer besmet worden door afdrijvend materiaal.
  • Gebruik waar mogelijk een goed kerende drijfbalk of drijfscherm (kan ook benedenstrooms geplaatst worden), en loop na afloop de watergang na om losgeraakte stukken te verwijderen.
  • Voorkom de vorming van dichte matten! Begin vroeg in het seizoen met verwijdering, zo snel mogelijk na het aantreffen van de eerste planten.
  • Zorg dat de watergangen ‘schoon’ zijn voor de winter.

Methode Effectiviteit Resultaat
Handmatig verwijderen Planten zo volledig mogelijk verwijderen. Voorkom verdere verspreiding door Fragmentatie Bestrijding
Machinaal verwijderen Verwijderen van grote hoeveelheden planten met behulp van een grijper of maaikorf (zonder snijfunctie) Bestrijding
Peilverlaging in de winter (werkt alleen als er langdurige strenge vorst wordt voorspeld) Peil zodanig verlagen dat wortels in de oever niet meer onder water staan. Helemaal laten droogvallen is niet nodig omdat Parelvederkruid niet in de bodem wortelt. Het grootste effect wordt bereikt als de oevervegetatie van tevoren gemaaid wordt. Opvolgen door handmatige verwijdering bij de start van het groeiseizoen. Bestrijding

Wet & Regelgeving - Welke regels en protocollen zijn van toepassing?

Sinds 2016 geldt er een Europees verbod (EU-exotenverordening 1143/2014) op bezit, handel, kweek, transport en import van Waterteunisbloem. De soort staat samen met andere planten en dieren op de zogenaamde Unielijst. De overtollige planten uit een tuinvijver in een oppervlaktewater te plaatsen, is verboden. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. 

Waar vind ik meer informatie?